(Groot-)ouders

Wilt u leren hoe u een goed gesprek kunt voeren? Begin dan met het toepassen van deze richtlijnen. Probeer ze bewust toe te passen in de gesprekken die u voert, en uw gesprekspartners daartoe te stimuleren. Al na enkele ‘oefengesprekken’ komt u erachter hoe waardevol dat soort gesprekken kunnen zijn, en wilt u ze vaker voeren!

Wilt u leren hoe u als gespreksleider een (onderzoeks-)gesprek kunt begeleiden? Begin dan te oefenen met twee of drie deelnemers (vrienden, familieleden, …). Als geen van de gespreksdeelnemers een gespreksonderwerp inbrengt, start u het gesprek met de volgende vraag:

Wie heeft er een onderwerp of een vraag om in dit gesprek te onderzoeken?

Als er meerdere onderwerpen en/of vragen worden ingebracht, probeer dan samen één onderwerp of één vraag te kiezen. Als u er samen niet direct uitkomt, ga dan stemmen.

Zodra er een interessant onderwerp is, geeft u de gespreksdeelnemers de opdracht om een vraag te formuleren waarin dat onderwerp is verwerkt, en die voldoet aan deze criteria. Als de deelnemers meerdere vragen inbrengen, probeer dan de meest interessante te kiezen. En ook hierbij geldt: als u er samen niet direct uitkomt, ga dan stemmen.

Zodra jullie een interessante start-/onderzoeksvraag hebben gekozen, start de gespreksleider het gesprek met de volgende introductie:

  1. Welkom bij dit gesprek over de vraag ….
  2. Als gespreksleider zal ik me inhoudelijk niet bemoeien met het gesprek. Ik stel vragen en stimuleer de anderen daartoe.
  3. Het gaat niet om ieders gelijk, maar om het gezamenlijke onderzoek. Werk samen, stel vragen en luister actief en nauwkeurig.
  4. Zeg alleen wat je zelf denkt, maar stel je oordeel uit
  5. Spreek kort en bondig (geen lange monoloog)
  6. Vraag een time-out aan (T-gebaar met je handen) als je ontevreden bent over het gesprek of over de omstandigheden.

Na deze introductie vraagt de gespreksleider of de regels helder zijn, en geeft hij/zij de deelnemers de volgende opdracht:

Zoek in je geheugen een herinnering/ervaring die aansluit op de startvraag. Als je zo’n ervaring hebt gevonden, ga dan na:

  1. waar je toen was, en met wie
  2. wat je toen dacht, voelde en deed/wilde

Na ongeveer twee minuten vraagt de gespreksleider wie er als eerste een ervaring wil delen. Als die eerste ingebrachte ervaring grondig is onderzocht, kan de gespreksleider de deelnemers vragen welk inzicht/antwoord op de uitgangsvraag dat onderzoek heeft opgeleverd. Vervolgens worden er een of meerdere andere ervaringen onderzocht, van andere deelnemers (1 ervaring/deelnemer!). Aan het einde van het gesprek vat de gespreksleider het gesprek samen, of laat hij/zij dat doen door de deelnemers. Tenslotte, als daar nog tijd voor is, wordt het gesprek geëvalueerd (tips/tops).

Kort samengevat, het verloop van het gesprek gaat als volgt:

  1. het samen vinden van een interessante startvraag
  2. introductie van de gespreksleider en -regels
  3. het vinden en onderzoeken van ervaringen
  4. het vinden van inzichten/antwoorden op de startvraag
  5. het evalueren van het gesprek (wat heeft het gesprek ons gebracht? hoe kon het beter?)

Geheugensteuntje voor beginnende gespreksleiders:

startvraag –> ervaringen –> inzichten/antwoorden –> evaluatie

Succes en veel plezier!

PS: Als u op een van de icoontjes op onze homepage klikt, dan verschijnen er diverse startvragen.

PS2: Wanneer u het begeleiden van gesprekken echt heel leuk vindt, kunt u uzelf verder ontwikkelen in de volgende vaardigheden.