Toekomstdenken

Geef je verbeeldingskracht de ruimte: bezie je waarden en doordenk gewenste en minder gewenste toekomstscenario’s.

Jongeren en leerkrachten die een jongerenberaad op hun school willen opzetten en faciliteren, kunnen gebruik maken van de methode Toekomstdenken. In samenspraak met leerlingen en studenten onderzoeken ze waarden, trends en toekomstscenario’s. Ze doorlopen de volgende stappen:

1. Thema
De deelnemers wijzen een begeleider aan die de stappen zoals ze hierna zijn beschreven begrijpt en kan toepassen. De begeleider verzoekt de deelnemers een of meerdere thema’s in te brengen die volgens hen nader onderzoek verdienen. In goed overleg selecteren ze één thema.

Bijvoorbeeld: lerarentekort, polarisatie, milieuvervuiling, privacy, vluchtelingen, armoede. Een individu, gezin, gemeenschap, organisatie, gemeente, provincie of samenleving kan ook als thema ingebracht worden. In dit voorbeeld valt de keuze op privacy.

2. Waarden
De deelnemers schrijven in maximaal 5 minuten individueel vijf belangrijke waarden op, gerelateerd aan het geselecteerde thema. Waarden zijn het waard om na te streven; ze geven richting en zin aan je leven, bepalen je gedachten en sturen je gedrag. Je bespreekt deze waarden, eerst in tweetallen (5 minuten), dan plenair (20 minuten). De vraag is steeds: wat betekenen deze waarden voor jou?

Bijvoorbeeld: waarden rondom privacy zijn autonomie, verantwoordelijkheid, vrijheid, veiligheid, gezondheid en natuur.

3. Mini-essay
De deelnemers krijgen de tijd om een tekst van 200-500 woorden te schrijven over een dag in hun leven over tien jaar. Wat ze beschrijven moet gerelateerd zijn aan het geselecteerde thema. Gebruik in dit mini-essay liever te veel fictie dan te weinig, om echt los te komen van het heden. Deze oefening werkt het best wanneer je een keuze maakt tussen het beschrijven van een ‘best case scenario’ (de perfecte dag over tien jaar) óf een doemscenario.

Bijvoorbeeld: Op 20 augustus 2032 word ik muzikaal gewekt door mijn 100% gesubsidieerde – door Google gefabriceerde huisrobot Goo-vern (hij reageert niet op een andere naam). Op zijn buikscherm lees ik dat ik over een half uur online spoedoverleg heb. Daarna krijg ik mijn health-update. Die is mogelijk dankzij de chip in mijn bovenarm, waardoor Goo-vern altijd precies weet wat ik nodig heb. Mijn bloeddruk en pH-waarde zijn te hoog, mijn anti-viruswaarde te laag. Goo-vern staat al klaar met een volkoren vitaminereep, een boosterpil en een koud washandje. Even later krijg ik te zien hoe we deze week tóch de bouw van de drijvende tinyhouse-woonwijk in Amersfoort kunnen afronden. Het stralingsniveau – veroorzaakt door een overstroomde kerncentrale – is laag genoeg om weer buiten te werken. Een home-commercial wakkert mijn brandende verlangen naar vanavond aan; de Heliums die ik vannacht won, kan ik vanavond verdubbelen in het nieuwe mega-gokparadijs van Metaverse. Lekker vanuit mijn luie stoel, met mijn Goo-glass op. Goo-vern weet al wat ik ga doen vanavond. Hij weet alles van me, en daarom de overheid en Google ook, maar dat maakt mij niets uit. Met zijn buzzer laat Goo-vern me weten dat de floatbus die me naar mijn werk brengt over vijf minuten mijn huis passeert. (…)

4. Trends
Iedere deelnemer krijgt de ruimte om zijn mini-essay voor te lezen. Na iedere voordracht denk je gezamenlijk, hardop na over de belangrijkste kenmerken en trends die je in het verhaal hebt gehoord. Een trend is een ontwikkeling die in het verleden is begonnen en vandaag en in de toekomst ons samenleven beïnvloedt. De gespreksleider schrijft de trends voor iedereen zichtbaar op, kort en bondig, zéker de trends die betrekking hebben op het thema. Het kan helpen om de gevonden trends in te delen in categorieën, zoals: sociaal, politiek, economisch, ecologisch, demografisch, technologisch.

Voorbeeld
Sociaal: individualisering, voorspellen van gedrag (anticipatie), transhumanisering
Politiek: meer controle op individu en massa, meer invloed bedrijfsleven op politiek
Economisch: betere registratie en beïnvloeding consumentengedrag, cryptovaluta
Ecologisch: meer overstromingen, minder leefgebied
Demografisch: meer vluchtelingen, meer mensen dichter op elkaar (woningnood)
Technologisch: digitalisering, automatisering, screenification, robotisering, virtualisering, smartphone/-apps, nano- en gentechnologie, kunstmatige intelligentie

5. Impact
De deelnemers doordenken gezamenlijk een beperkt aantal aan het thema gerelateerde trends die veel impact hebben op de toekomst, met behulp van de volgende vragen:

  • Welke gevolgen heeft deze trend voor mijn of ons leven (privé, werk, school)?
  • Hoe waarschijnlijk is het dat deze trend zich voortzet zoals hij nu verloopt, dan wel afvlakt, afbuigt of zelfs stopt?
  • Welke onderliggende krachten zijn bepalend voor het verloop van een of meerdere trends?

Bijvoorbeeld, naar aanleiding van stappen 3 en 4 kun je de volgende onderliggende krachten formuleren (thema privacy):

  • Controle en disciplinering (overheden, bedrijven, omwonenden, familie)
  • Angst voor imperfectie/ziekte/ouderdom/de dood (à transhumanisering)
  • Kapitalisme (exponentiële kapitaalvermeerdering rijken)
  • Global warming (extreme hitte en regenval, zeespiegelstijging, …)

6. Scenariosjabloon
De begeleider inventariseert de vijf à tien trends die volgens de deelnemers de hoogste impact hebben én die het onzekerst zijn (trends die vrijwel zeker zijn, zullen in alle toekomstscenario’s voorkomen). Met die trends worden assen gemaakt voor de scenariosjablonen. Een as wordt gekenmerkt door neutraal geformuleerde, tegenovergestelde richtingen. Een goede as geeft twee waardevrije mogelijkheden die allebei aantrekkelijk zijn. Vervolgens selecteer je twee assen die onafhankelijk van elkaar zijn. Met die twee assen ontwerp je een scenariosjabloon, dat zichtbaar voor alle deelnemers wordt gepresenteerd. Daarin maak je vier mogelijke toekomstscenario’s zichtbaar. Het scenario linksboven krijgt nummer I, en met de klok mee krijgen de overige drie scenario’s nummers II, III en IV. Je experimenteert met verschillende samenstellingen om tot een uitdagend scenariosjabloon te komen. Boven de scenariosjablonen zet je steeds de titel ‘Thema/organisatie/individu X in 20XX’ (tien jaar van nu). Bijvoorbeeld:

7. Toekomstscenario’s
De deelnemers selecteren in goed overleg het meest uitdagende scenariosjabloon. Gezamenlijk denk je na over de vraag hoe jullie leven eruitziet over tien jaar in ieder scenario. Ieder scenario krijgt een treffende naam die tot de verbeelding spreekt, liefst met een emotionele lading, bijvoorbeeld:

8. Uitwerking toekomstscenario’s
De deelnemers splitsen zich op in vier kleine groepjes (2-3 personen per groep). Ieder groepje krijgt één scenario toebedeeld (I, II, III of IV) en werkt dit uit in een nieuw verhaal, gerelateerd aan het thema. In dat verhaal staat de vraag ‘Hoe ziet mijn (werk-)dag er in 20.. uit in dit scenario?’ centraal. De eerder geformuleerde trends en waarden kunnen dit verhaal ondersteunen. Door aantrekkelijke elementen te benadrukken, kun je ieder toekomstscenario positief beschrijven.

9. Presentaties en vragen
De vier groepjes presenteren de uitwerking van hun scenario aan elkaar. Tussentijds is er ruimte voor vragen. Na de vierde presentatie ga je na wat het meest waarschijnlijke scenario is, en waarom. Vervolgens onderzoek je – mede aan de hand van de waarden bij stap 2 – welk scenario het meest wenselijke scenario is, en wat het doemscenario is waarin je liever niet in terechtkomt. De begeleider ondersteunt dit proces door gerichte vragen te stellen.

10. Adviezen en actie
De deelnemers denken tot slot plenair na over de volgende vragen:

  • Wat moet je doen om de positieve gevolgen van trend X, Y, Z, … te bevorderen?
  • Hoe vermijd je een ongewenst toekomstscenario, gezien de ontwikkeling en negatieve gevolgen van trend X, Y, Z, …? Is deze trend op die manier af te vlakken of om te buigen, of moet er nog meer gedaan worden? Wat dan?
  • Wat kun je doen om het meest waarschijnlijke scenario te laten opschuiven naar het meest gewenste scenario?
  • Wat moet je doen om het doemscenario te voorkomen?
  • Wat kun je nog meer doen om het gewenste scenario te realiseren?

Laat de antwoorden op bovenstaande vragen formuleren in adviezen voor jezelf en/of voor jullie jongerenberaad. Zo creëer je jouw of jullie gewenste toekomst.

Tijdsindicatie: minimaal twee dagdelen, afhankelijk van het aantal deelnemers, hun verwachtingen, beschikbare tijd, huiswerk en de werkvormen.

Bronnen:
Bovenstaande praktijkwijzer Toekomstdenken is geschreven door Rudolf Kampers en werd in juli 2022 gepubliceerd in het boek Hoog spel (red. J. Kessels, J. Ruiter & L. Stegmann, 2022). ISVW Uitgevers
Benammar, K. e.a. (2006). Reflectietools. Uitgeverij Lemma BV.