Competenties

Kennis

De begeleider van een jongerenberaad:

  1. is vertrouwd met de inhoud en uitgangspunten van de praktijkwijzers Korte socratische dialoog en Toekomstdenken, gepubliceerd in Hoog spel (Kessels e.a., ISVW, 2022). Op verzoek sturen we je deze praktijkwijzers toe per email.
  2. is bekend (of wil bekend worden) met verschillende filosofische deelgebieden en de meest fundamentele vragen binnen die deelgebieden, zoals: ethiek (Wat is het goede?), sociale en politieke filosofie (Wat is rechtvaardigheid?), wetenschapsfilosofie (Wat is wetenschap?), kennistheorie (Wat is kennis?), filosofische antropologie (Wat is een mens?) en esthetica (Wat is schoonheid?).

Vaardigheden en houdingen

De begeleider van een jongerenberaad:

  1. past bovengenoemde kennis in het gesprek toe zonder inhoudelijke overwegingen aan te reiken
  2. geeft de deelnemers duidelijke spelregels en instructies
  3. structureert, faseert en regisseert het groepsdenkproces en houdt orde, rust en overzicht
  4. brengt de deelnemers tot welwillend en vrijmoedig denken en spreken
  5. is een voorbeeld in:
    – het waarderen en inspireren van de deelnemer
    – het initiëren van betrokkenheid en samenwerking
    – een kritische, open en onderzoekende houding
    – nauwkeurig luisteren
    – het zich verplaatsen in gedachten, gevoelens en verlangens van anderen
    – het bewaken van eenduidigheid en het stellen van vragen
  6. brengt de deelnemers ertoe hun oordeel tijdelijk op te schorten
  7. waarborgt de inhoudelijke voortgang
  8. bewerkstelligt dat het onderzoek van de deelnemers tevens een zelfonderzoek is 
  9. werkt met verschillende soorten ondersteunende vragen en verschillende vormen van feedback
  10. onderscheidt vooronderstellingen
  11. leidt adequaat af wat deelnemers bezighoudt en formuleert daarmee corresponderende vragen
  12. heeft oog voor groepsdynamiek en is sensitief in verbale en non-verbale communicatie
  13. waarborgt een atmosfeer van vertrouwen en relatieve veiligheid
  14. reageert adequaat op signalen van onveiligheid
  15. waarborgt afstand van kortetermijnbelangen en zorgen van alledag
  16. bewaart distantie ten aanzien van de deelnemers